Op Prinsjesdag zijn verschillende fiscale maatregelen voor de komende jaren bekendgemaakt. Naast de wijzigingen op het gebied van inkomstenbelasting, ondernemingen, loonbelasting, btw, auto’s, overdrachtsbelasting en milieubelastingen zijn er nog enkele andere voorstellen. Hieronder zetten we de belangrijkste overige wijzigingen op een rij.
Minder regels voor burgers en bedrijven
Het kabinet wil het aantal regels voor burgers en bedrijven verminderen. Het doel is om jaarlijks minimaal 500 regels af te schaffen of eenvoudiger te maken.
Daarvoor wil het kabinet ieder jaar een Vereenvoudigingswet indienen. Hierin worden voorstellen opgenomen om overbodige regels en wetten af te schaffen of te vereenvoudigen. Daarnaast wil het kabinet terughoudender zijn met het invoeren van nieuwe regels.
Verduidelijking CO₂-heffing glastuinbouw
De regels rondom de belastingplicht voor de CO₂-heffing in de glastuinbouw worden verduidelijkt.
Bij een personenvennootschap, zoals een vof of maatschap, kan op basis van de huidige formulering onduidelijkheid bestaan over wie belastingplichtig is. Het voorstel maakt duidelijk dat het samenwerkingsverband dat het glastuinbouwbedrijf drijft belastingplichtig is. De afzonderlijke vennoten of maten zijn dus niet ieder apart belastingplichtig voor de CO₂-heffing.
Aanpassing fiscale behandeling valutaresultaten
Het kabinet stelt een wijziging voor in de fiscale behandeling van instrumenten waarmee het valutarisico op een buitenlandse deelneming wordt afgedekt.
Op verzoek kunnen resultaten op dergelijke afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Vanaf boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027 wordt onderscheid gemaakt tussen het ingeprijsde en niet-ingeprijsde valutaresultaat. Alleen het niet-ingeprijsde valutaresultaat op het afdekkingsinstrument wordt dan tot de voordelen uit de deelneming gerekend.
Voor bestaande afdekkingsinstrumenten geldt overgangsrecht. De fiscale behandeling van het ingeprijsde valutaresultaat verandert voor deze instrumenten daardoor niet.
Veiligehavenregels minimumbelasting
Aan de Wet minimumbelasting 2024 worden nieuwe veiligehavenregels toegevoegd. Deze regels gelden met terugwerkende kracht vanaf 2026 en zijn relevant voor grote ondernemingen en concernstructuren waarop de minimumbelasting van toepassing is. Daarbij gaat het in beginsel om groepen met een omzet van € 750 miljoen of meer.
Met de nieuwe regels worden vier internationale afspraken van de OESO in de Nederlandse wetgeving opgenomen. De veiligehavenregels moeten de administratieve lasten voor bedrijven beperken en kunnen voorkomen dat in Nederland een aanvullende heffing verschuldigd wordt.
Wat betekent dit voor u?
Een deel van deze voorstellen is alleen relevant voor specifieke ondernemingen, zoals glastuinbouwbedrijven en zeer grote internationale concerns. De aangekondigde vermindering van regelgeving heeft een veel bredere doelgroep, maar zal vooral afhangen van de concrete vereenvoudigingen die de komende jaren worden doorgevoerd.
