De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat bij het bepalen van het werkelijke rendement in box 3 niet alleen gerealiseerde, maar ook ongerealiseerde waardestijgingen meetellen. Dit betekent dat ook de waardeontwikkeling van bijvoorbeeld beleggingen of goud zonder verkoopmoment invloed heeft op de belastingheffing.
De zaak over de goudbaar
In deze zaak ging het om een vrouw die in 2018 naast haar bank- en spaartegoeden ook een goudbaar bezat. De goudbaar steeg dat jaar in waarde met €701, zonder dat deze werd verkocht.
De rechtbank vond dat deze waardestijging onderdeel was van het werkelijk rendement. Het gerechtshof dacht daar anders over: volgens het hof mag een ongerealiseerde waardevermeerdering niet worden meegenomen, omdat er geen daadwerkelijk rendement is ontvangen.
De Hoge Raad stelde echter dat deze uitleg te beperkt is. Volgens de hoogste rechter hoort ook een toegenomen, maar nog niet gerealiseerde waarde bij het werkelijk behaalde rendement.
Wat betekent dit voor spaarders en beleggers?
Deze uitspraak is belangrijk voor iedereen met vermogen in box 3. De Belastingdienst mag bij het berekenen van het werkelijke rendement dus ook waardestijgingen van bezittingen meenemen, zelfs als u die winst nog niet hebt verzilverd.
De gevolgen van deze uitspraak kunnen groot zijn, zeker nu het systeem van box 3 sterk in ontwikkeling is.
Wat betekent dit voor jou?
Heb jij beleggingen, edelmetalen of andere bezittingen waarvan de waarde fluctueert? Dan kan deze uitspraak invloed hebben op jouw box 3-positie. Onze adviseurs volgen de ontwikkelingen nauwgezet en helpen je graag berekenen wat dit in jouw situatie betekent.
