Wanneer is een dga verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen?
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) is niet automatisch vrijgesteld van werknemersverzekeringen. Of een bestuurder verplicht verzekerd is, hangt onder meer af van zijn zeggenschap binnen de vennootschap. Vooral bij bv’s met meerdere aandeelhouders en bestuurders kan dit tot verrassende uitkomsten leiden.
Daarbij is niet alleen van belang hoe de samenwerking in de praktijk is geregeld, maar ook hoe de aandelen en stemrechten juridisch zijn verdeeld.
Wanneer geldt de verzekeringsplicht voor een dga?
Werknemers zijn in beginsel verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen, zoals de WW, WIA en ZW. Voor statutair bestuurders van een bv gelden echter bijzondere regels.
Een bestuurder die voldoende zeggenschap heeft over zijn eigen ontslag, kan onder de zogenoemde Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 buiten de verplichte werknemersverzekeringen vallen.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een bestuurder, eventueel samen met zijn echtgenoot, zoveel stemrechten heeft dat hij zijn eigen ontslag kan tegenhouden.
Daarnaast kent de regeling een bijzondere uitzondering voor vennootschappen met meerdere bestuurders. Als de bestuurders samen alle aandelen bezitten en ieder een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het aandelenkapitaal vertegenwoordigt, kunnen zij eveneens als niet-verzekeringsplichtige dga worden aangemerkt.
Juist bij deze laatste uitzondering is de verdeling van het aandelenkapitaal doorslaggevend.
Gelijk stemrecht betekent niet altijd gelijke zeggenschap voor de verzekeringsplicht
Sinds 1 januari 2016 is de regelgeving voor de beoordeling van de verzekeringsplicht van dga’s gewijzigd. Onder de oude regeling kon bij meerdere bestuurders een gelijk of nagenoeg gelijk aantal stemmen voldoende zijn om buiten de verzekeringsplicht te vallen.
Onder de huidige regeling wordt voor de uitzondering van gelijkwaardige bestuurders gekeken naar het aandeel in het geplaatste kapitaal. Een gelijke stemverdeling is daarvoor op zichzelf niet voldoende.
Dit betekent dat bestuurders die gezamenlijk besluiten nemen en in de praktijk op gelijkwaardige basis samenwerken, toch verplicht verzekerd kunnen zijn wanneer hun aandelenbelangen te veel uiteenlopen.
Praktijkvoorbeeld: radiologen met ongelijke aandelenbelangen
Hoe belangrijk deze regels zijn, blijkt uit een rechtszaak over een groep radiologen.
De radiologen hadden hun maatschap in 2014 omgezet in een vennootschap. Iedere radioloog werd aandeelhouder, statutair bestuurder en werknemer. De aandelen werden verdeeld op basis van de omvang van het dienstverband, die varieerde van 0,55 tot 1 fte.
Vooraf had de Belastingdienst schriftelijk bevestigd dat de radiologen niet verplicht verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen. Deze bevestiging was gebaseerd op de destijds geldende regelgeving en bevatte een voorbehoud voor toekomstige wetswijzigingen.
Toen in 2016 de nieuwe regeling van kracht werd, veranderde de beoordeling.
De aandelenbelangen van de radiologen liepen uiteen van 1,43% tot 2,60%. Volgens de Belastingdienst was daardoor geen sprake meer van een gelijk of nagenoeg gelijk aandelenbelang. De radiologen werden alsnog verplicht verzekerd en de vennootschap moest werknemersverzekeringspremies afdragen.
Wat oordeelde de rechter?
De vennootschap was het niet eens met de Belastingdienst. Volgens haar functioneerden de radiologen nog steeds als gelijkwaardige ondernemers, vergelijkbaar met de oorspronkelijke maatschap. Dat de aandelenbelangen verschilden, kwam uitsluitend doordat de ene radioloog meer uren werkte dan de andere. De onderlinge samenwerking en besluitvorming waren verder gelijkwaardig.
Het gerechtshof volgde deze redenering niet. De radiologen met het grootste aandelenbelang bezaten ruim 1,8 keer zoveel aandelen als degenen met het kleinste belang. Volgens het hof was daarmee geen sprake van een nagenoeg gelijk aandeel in het kapitaal.
Dat de verschillen voortkwamen uit de arbeidsomvang en dat de radiologen in de praktijk gelijkwaardig samenwerkten, maakte dit niet anders.
De formele aandelenverhouding was bepalend voor de toepassing van deze uitzondering. De eerdere bevestiging van de Belastingdienst bood geen bescherming, omdat deze uitdrukkelijk rekening hield met wijzigingen in de regelgeving.
Wat betekent dit voor jouw bv?
Deze uitspraak is vooral relevant voor bv’s waarin meerdere aandeelhouders ook als statutair bestuurder werkzaam zijn. Denk bijvoorbeeld aan medische praktijken, advieskantoren en andere samenwerkingsverbanden van professionals.
Bij dergelijke ondernemingen worden aandelen soms verdeeld op basis van het aantal gewerkte uren, de omzetbijdrage of de individuele arbeidsinzet. Dat kan gevolgen hebben voor de verzekeringsplicht.
Wanneer bestuurders niet onder een van de uitzonderingen van de dga-regeling vallen en ook aan de overige voorwaarden voor een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding is voldaan, moet de vennootschap werknemersverzekeringspremies afdragen. Dit kan leiden tot hogere werkgeverslasten en eventuele correcties over eerdere perioden.
Controleer de verzekeringspositie bij wijzigingen
De verzekeringsplicht van een dga is geen eenmalige beoordeling. Veranderingen in de aandelenverhouding, stemrechten of bestuursstructuur kunnen gevolgen hebben voor de verzekeringspositie. Het is daarom verstandig om deze positie opnieuw te beoordelen bij bijvoorbeeld de toetreding van een nieuwe aandeelhouder, een wijziging in de aandelenverdeling of een herstructurering van de onderneming.
