Lening met lage rente blijkt te hoog gewaardeerd

Een vordering binnen een concern kan op papier een bepaalde waarde hebben, maar fiscaal toch minder waard zijn. Dat blijkt uit een recente uitspraak over een financieringsvennootschap met een vordering van $ 207,7 miljoen op een werkmaatschappij in Kazachstan. De rente op de lening was zeer laag en aflossing hoefde pas in 2031 plaats te vinden.

Toen de financieringsvennootschap naar Hongarije verhuisde, wilde zij een verlies van $ 37,6 miljoen op de vordering aftrekken. Volgens het hof was van een aftrekbaar verlies echter geen sprake. De vordering had vanaf het begin voor een lagere waarde op de balans moeten staan.

Minder waard dan het bedrag op papier

De nominale waarde van een vordering is niet altijd gelijk aan de werkelijke waarde. Als een bedrag bijvoorbeeld pas over vijftien jaar wordt terugbetaald en daar nauwelijks rente tegenover staat, is die vordering vandaag minder waard. Dit wordt bepaald door de toekomstige betaling contant te maken naar de waarde van vandaag.

In deze zaak lag de rente aanzienlijk onder een zakelijke marktrente. Bovendien hoefde de werkmaatschappij vóór 2031 niets af te lossen. Hierdoor was de werkelijke waarde van de vordering aanzienlijk lager dan het nominale bedrag van $ 207,7 miljoen.

Afrekenen bij verhuizing naar het buitenland

De financieringsvennootschap had de vordering toch voor het volledige bedrag op de balans gezet. Vervolgens werd voor de belastingheffing jaarlijks een zakelijke rente tot de winst gerekend.

In juli 2018 verhuisde de feitelijke leiding van de vennootschap naar Hongarije. Bij zo’n verhuizing naar het buitenland moet fiscaal worden afgerekend over aanwezige meer- en minderwaarden. Op dat moment bedroeg de werkelijke waarde van de vordering $ 170,1 miljoen.

De vennootschap wilde het verschil tussen deze waarde en de hogere balanswaarde als verlies aftrekken. De Belastingdienst ging hier niet mee akkoord.

Vordering vanaf het begin te hoog gewaardeerd

Volgens het hof had de vordering al bij de verkrijging in 2016 tegen de contante waarde op de balans moeten worden opgenomen. Op dat moment was namelijk al bekend dat vóór 2031 geen betalingen hoefden plaats te vinden en dat de overeengekomen rente lager was dan een zakelijke rente.

De vordering was daardoor vanaf het begin minder waard dan het nominale bedrag. Naarmate 2031 dichterbij komt, loopt de waarde van de vordering geleidelijk op. Deze waardestijging wordt vervolgens tot de fiscale winst gerekend.

Balansfout mag worden hersteld

Doordat de vordering vanaf 2016 voor een te hoog bedrag op de balans stond, was sprake van een balansfout. De Belastingdienst mocht deze fout herstellen in het oudste belastingjaar dat nog openstond.

Daardoor werd de vordering per 1 januari 2018 gewaardeerd op de contante waarde van $ 166,5 miljoen. Bij de verhuizing naar Hongarije was de waarde inmiddels gestegen naar $ 170,1 miljoen. Er was daardoor geen sprake van het geclaimde verlies.

Wat betekent dit voor jou?

Bij leningen en vorderingen binnen een concern is niet alleen het nominale bedrag van belang. Ook de looptijd, aflossingsvoorwaarden en hoogte van de rente kunnen gevolgen hebben voor de fiscale waardering.

Zeker bij langlopende of laagrentende concernleningen is het daarom belangrijk om bij het aangaan of verkrijgen van de vordering te beoordelen welke waarde fiscaal op de balans moet worden opgenomen. Een onjuiste waardering kan ook jaren later nog fiscale gevolgen hebben.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.