Holding en dga aansprakelijk voor btw-schuld van dochter-bv

Een holding en haar directeur-grootaandeelhouder (dga) zijn terecht aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van ruim € 1 miljoen van een dochter-bv. Dat oordeelt het gerechtshof. Ook het beroep op verjaring slaagt niet, omdat de belastingschuld tussentijds meerdere keren is erkend.

Wat speelde er?

Een bv had meerdere panden gekocht voor een vastgoedontwikkeling. De aankoop was gefinancierd met een hypothecaire lening van de bank. Toen een wijziging van het bestemmingsplan ervoor zorgde dat het project niet doorging, daalde de waarde van de panden en kon de bv haar financieringsverplichtingen niet meer nakomen.

De bank wilde de financiering alleen voortzetten als de bv een nieuwe eigenaar kreeg. Een holding nam daarop de aandelen én een vordering op de bv over, beide voor een symbolisch bedrag van € 1. De holding werd vervolgens bestuurder van de bv.

Om extra financieringsruimte te creëren, verstrekte de bv een tweede hypotheek aan de holding. Na de latere verkoop van de panden ontving de holding als tweede hypotheekhouder ruim € 1 miljoen. De verschuldigde btw van bijna € 1,25 miljoen over de verkoop werd echter niet afgedragen aan de Belastingdienst.

Beroep op verjaring

De holding en de dga voerden aan dat de belastingschuld inmiddels was verjaard. Volgens hen was de verjaringstermijn van vijf jaar al verstreken voordat de Belastingdienst in 2024 opnieuw actie ondernam.

Het hof ging daar niet in mee. De bestuurders hadden de belastingschuld in de tussenliggende periode meerdere keren erkend. Daardoor werd de verjaring telkens gestuit en begon een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur

Volgens het hof zijn de holding en de dga terecht aansprakelijk gesteld. Door de tweede hypotheek te vestigen, werd de positie van de holding aanzienlijk verbeterd, terwijl andere schuldeisers – waaronder de Belastingdienst – hierdoor werden benadeeld.

Het hof kwalificeert dit als kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurders konden daarom persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor de onbetaald gebleven btw-schuld.

Wat betekent dit voor jou?

Bestuurders moeten bij financiële problemen zorgvuldig omgaan met de belangen van alle schuldeisers. Het bevoordelen van een gelieerde partij, zoals een holding, kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid als andere schuldeisers daardoor worden benadeeld.

Daarnaast laat deze uitspraak zien dat een belastingschuld niet automatisch verjaart. Wanneer een schuld wordt erkend, wordt de verjaring gestuit en begint de verjaringstermijn opnieuw te lopen. Daardoor kan de Belastingdienst ook jaren later nog invorderingsmaatregelen nemen.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.