Bij het bepalen van de fiscale winst gelden niet voor iedere situatie gedetailleerde wettelijke regels. Een belangrijk uitgangspunt is daarom goed koopmansgebruik. Dit begrip bepaalt onder andere in welk jaar opbrengsten en kosten moeten worden verwerkt en hoe bepaalde bezittingen en verplichtingen worden gewaardeerd.
Maar wat betekent goed koopmansgebruik precies? En hoeveel vrijheid heb je om zelf een waarderingsmethode te kiezen? Een recente rechtszaak over een dividendvordering in Chinese yuan laat mooi zien hoe dit in de praktijk werkt.
Wat is goed koopmansgebruik?
Goed koopmansgebruik is geen vastomlijnde set boekhoudregels. Het is een fiscaal begrip dat zich door de jaren heen vooral via rechtspraak heeft ontwikkeld.
Het uitgangspunt is dat de fiscale jaarwinst wordt bepaald volgens bedrijfseconomisch aanvaardbare inzichten. Daarbij spelen verschillende beginselen een belangrijke rol:
- Realiteitsbeginsel: opbrengsten en kosten moeten worden toegerekend aan de periode waarop ze daadwerkelijk betrekking hebben.
- Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen mogen onder voorwaarden worden genomen zodra deze voorzienbaar zijn, terwijl winsten in beginsel pas worden verantwoord wanneer ze voldoende zijn gerealiseerd.
- Eenvoudsbeginsel: een systeem hoeft niet onnodig ingewikkeld te zijn, zolang het maar leidt tot een aanvaardbare winstbepaling.
Goed koopmansgebruik biedt daardoor enige ruimte om een methode te kiezen die past bij de onderneming. Die vrijheid is echter niet onbeperkt. De gekozen methode moet bedrijfseconomisch verdedigbaar zijn, consequent worden toegepast en mag niet in strijd zijn met de belastingwet.
Een dividendvordering in Chinese yuan
Hoe ver die vrijheid kan gaan, blijkt uit een zaak over een Nederlandse bv met meer dan 200 dochtermaatschappijen wereldwijd.
Een Chinese dochtermaatschappij keerde in 2015 een dividend uit van omgerekend ruim € 106 miljoen. Tussen het moment waarop de dividendvordering ontstond en de daadwerkelijke betaling verstreken enkele maanden.
De Nederlandse bv moest de vordering in Chinese yuan daarom omrekenen naar euro’s. Zij gebruikte hiervoor niet de wisselkoers van de dag waarop de transactie plaatsvond, maar de slotkoers van de voorafgaande maand.
Dat was geen incidentele keuze. Binnen het internationale concern golden al jarenlang vaste voorschriften waarbij alle onderdelen dezelfde methode gebruikten. Hierdoor sloten de verschillende administraties op elkaar aan en konden valutarisico’s centraal worden beheerd.
Miljoenenverschil door een andere wisselkoers
De keuze van de wisselkoers had in dit geval grote gevolgen. Volgens de methode van de bv ontstond een koersverlies van bijna € 2,5 miljoen. De Belastingdienst vond echter dat de daadwerkelijke dagkoersen hadden moeten worden gebruikt. Volgens die berekening was juist sprake van een koerswinst van bijna € 5 miljoen. Het verschil bedroeg daarmee ruim € 7,4 miljoen.
De Belastingdienst stelde dat de gehanteerde methode in strijd was met goed koopmansgebruik. De rechtbank ging daar niet in mee.
Een methode hoeft niet de meest nauwkeurige methode te zijn
Een belangrijk punt uit de uitspraak is dat goed koopmansgebruik niet automatisch betekent dat altijd de meest exacte waarderingsmethode moet worden gebruikt.
De bv kon uitleggen waarom zij voor de maandkoersen koos. Het systeem maakte onderdeel uit van concernbrede boekhoudregels, zorgde ervoor dat administraties onderling aansloten en maakte het eenvoudiger om de geconsolideerde jaarrekening op te stellen. Bovendien werd de methode al jarenlang consequent toegepast.
Daarmee voldeed de methode volgens de rechtbank zowel aan het realiteitsbeginsel als aan het eenvoudsbeginsel.
Ook was niet aannemelijk geworden dat de onderneming de methode gebruikte om structureel belastingheffing uit te stellen of winst buiten de belastingheffing te houden.
De rechtbank accepteerde daarom de gekozen waarderingsmethode en vernietigde de navorderingsaanslagen.
Bestendig toepassen is belangrijk
Goed koopmansgebruik geeft dus ruimte voor verschillende waarderings- en winstbepalingsmethoden. Dat betekent niet dat een ondernemer ieder jaar kan kiezen welke methode fiscaal het gunstigste uitpakt.
Juist de bestendige gedragslijn is belangrijk. Wanneer eenmaal voor een aanvaardbaar stelsel is gekozen, moet dit in beginsel consequent worden toegepast. Zomaar van methode veranderen omdat een andere methode in een bepaald jaar een lagere belasting oplevert, kan fiscaal niet worden geaccepteerd.
Dat is ook wat deze uitspraak interessant maakt. De bv had haar systeem niet gekozen vanwege het fiscale voordeel in deze specifieke situatie. Het maakte al jarenlang onderdeel uit van haar normale bedrijfsvoering.
Goed koopmansgebruik speelt veel vaker een rol
Het begrip is zeker niet alleen relevant bij ingewikkelde valutatransacties van internationale concerns. Ook bij veel alledaagsere fiscale vraagstukken kan goed koopmansgebruik een rol spelen.
Denk bijvoorbeeld aan de waardering van voorraden en onderhanden werk, het moment waarop kosten worden genomen, voorzieningen voor toekomstige uitgaven, dubieuze debiteuren of de verwerking van valutaresultaten.
Steeds komt in feite dezelfde vraag terug: geeft de gekozen methode een bedrijfseconomisch aanvaardbare verdeling van de winst over de verschillende jaren?
Wat betekent dit voor jou?
Goed koopmansgebruik biedt ondernemers ruimte bij het bepalen van de fiscale jaarwinst. Er hoeft niet altijd maar één juiste methode te bestaan. Wel moet een gekozen methode aansluiten bij de economische werkelijkheid, fiscaal aanvaardbaar zijn en consequent worden toegepast.
Een methode kiezen omdat deze in één jaar toevallig het gunstigste fiscale resultaat oplevert, is dus iets anders dan een goed onderbouwd systeem dat structureel binnen de onderneming wordt gebruikt.
Twijfel je over de fiscale verwerking of waardering van een bepaalde post? Dan is het verstandig om niet alleen naar het resultaat van dit jaar te kijken, maar ook naar de gekozen systematiek en de gevolgen daarvan voor toekomstige jaren.
