De vraag of ritten met een auto van de zaak zakelijk of privé zijn, leidt regelmatig tot discussie met de Belastingdienst. In een recente zaak draaide het om ritten naar fitnesssessies van een werknemer die een verklaring geen privégebruik auto had ingediend.
De situatie
De werknemer stelde dat hij de ritten naar de sportschool zakelijk mocht aanmerken:
Hij had rugklachten door een skiongeluk en vond fitness noodzakelijk om zijn werk te kunnen blijven doen.
Zijn personal trainer was ook klant, waardoor zij tijdens de trainingen zakelijke onderwerpen bespraken.
Hij wees erop dat bedrijfsfitness fiscaal wordt gestimuleerd, wat volgens hem duidde op een zakelijk belang.
Hij onderbouwde dit met een verklaring van zijn trainer en een factuur.
Oordeel van het gerechtshof
Het hof ging hier niet in mee. Volgens de rechters overheerst het privékarakter van de ritten. Fitness is in de eerste plaats bedoeld voor de persoonlijke gezondheid, ook al kan het indirect nuttig zijn voor het werk.
Zelfs als er een gemengd karakter zou zijn (zakelijk én privé), zouden deze ritten ook gemaakt worden door iemand zonder dienstverband. Dat maakt ze niet zakelijk in fiscale zin.
De overgelegde bewijsstukken overtuigden het hof niet:
De verklaring leek door de werknemer zelf te zijn opgesteld.
De factuur was van een periode buiten het belastingjaar waar het om ging.
Wat betekent dit voor jou?
Gebruik je een auto van de zaak en wil je ritten als zakelijk opvoeren? Dan moet je kunnen aantonen dat ze een duidelijk en direct zakelijk doel hebben. Ritten voor sport of gezondheid, ook als die je helpt bij je werk, vallen in principe onder privégebruik. Een sluitende rittenadministratie en overtuigend bewijs zijn daarbij essentieel.
