Veel werkgevers gaan ervan uit dat hun sectorindeling automatisch volgt uit de cao die zij toepassen. Toch werkt dat niet zo. Voor de Belastingdienst zijn niet de naam van het bedrijf of de cao bepalend, maar de werkzaamheden die daadwerkelijk worden uitgevoerd. Een recente uitspraak van het gerechtshof laat zien hoe belangrijk dit onderscheid kan zijn.
Hoe werkt een sectorindeling?
Werkgevers worden op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) ingedeeld in een sector. In de regelgeving is vastgelegd welke bedrijfstakken bij welke sector horen. Past een onderneming niet precies binnen een bestaande omschrijving? Dan kijkt de Belastingdienst naar de werkzaamheden die er het meest op lijken. Dit wordt ook wel assimilatie genoemd.
Daarbij wordt gekeken naar de feitelijke activiteiten van het bedrijf en niet naar de branchevereniging, bedrijfsnaam of cao.
Spanplafonds zorgen voor discussie
In deze zaak ging het om een bedrijf dat spanplafonds plaatst. Dit zijn plafonds van gespannen kunststofdoek die onder een bestaand plafond worden aangebracht. De ondernemer vond dat zijn bedrijf thuishoorde in sector 3 (bouwbedrijf). De Belastingdienst deelde het bedrijf echter in bij sector 17 (detailhandel en ambachten). Het gerechtshof moest beoordelen welke sector het beste aansloot bij de werkzaamheden.
Verschil tussen ruwbouw en afbouw
Bij de beoordeling keek het hof naar de kenmerken van de bedrijven die onder de bouwsector vallen. Deze bedrijven houden zich voornamelijk bezig met de constructieve onderdelen van een bouwwerk en vallen onder de ruwbouw. Bedrijven die zich richten op de afwerking van gebouwen zijn juist ondergebracht in andere sectoren. Volgens het hof vormt het onderscheid tussen ruwbouw en afbouw een belangrijk criterium voor de sectorindeling.
Waarom vallen spanplafonds niet onder de bouw?
Het hof oordeelde dan ook dat het plaatsen van spanplafonds geen onderdeel is van de ruwbouw. De werkzaamheden lijken meer op die van een woningstoffeerder. Het bedrijf bekleedt immers een ruimte met een materiaal, in dit geval een kunststof doek dat aan het plafond wordt bevestigd. Daarom vond het hof dat de indeling in sector 17 terecht was.
De cao is niet doorslaggevend
De ondernemer voerde nog aan dat zijn bedrijf onder de cao Afbouw valt. Volgens hem zou dit moeten betekenen dat hij ook binnen de bouwsector moet worden ingedeeld. Het hof ging hier niet in mee. Voor de sectorindeling is de cao niet bepalend. De Belastingdienst kijkt uitsluitend naar de aard van de werkzaamheden. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor werkgevers. Een cao-indeling en een sectorindeling kunnen namelijk van elkaar verschillen.
Waarom zou je als ondernemer op je sectorindeling letten?
Veel ondernemers staan er niet bij stil in welke sector hun bedrijf door de Belastingdienst is ingedeeld. Toch kan dit belangrijk zijn. De sectorindeling wordt namelijk gebaseerd op de werkzaamheden die je daadwerkelijk uitvoert en niet op de naam van je bedrijf of de cao die je toepast.
Veranderen je activiteiten in de loop der jaren? Dan kan het verstandig zijn om te controleren of de huidige indeling nog wel klopt. Bij een controle kan blijken dat de Belastingdienst jouw onderneming anders beoordeelt dan je zelf had verwacht. Dat kan leiden tot vragen over premies en andere werkgeversverplichtingen.
Deze uitspraak laat zien dat zelfs ogenschijnlijk vergelijkbare werkzaamheden tot een andere sectorindeling kunnen leiden.
Wat betekent dit voor jou?
Twijfel je of jouw onderneming in de juiste sector is ingedeeld? Dan is het verstandig om niet alleen naar de cao of branche-indeling te kijken. De feitelijke werkzaamheden zijn uiteindelijk bepalend voor de beoordeling door de Belastingdienst.
Een onjuiste sectorindeling kan gevolgen hebben voor sociale verzekeringen en premies. Laat daarom tijdig beoordelen of jouw indeling nog aansluit bij de werkzaamheden die binnen je onderneming worden uitgevoerd.
