Kosten eHerkenning geen excuus

Steeds meer communicatie met de Belastingdienst verloopt digitaal. Voor bv’s betekent dit in de praktijk dat aangiften vennootschapsbelasting vrijwel alleen nog kunnen worden ingediend met eHerkenning. Maar wat als een onderneming die kosten niet kan betalen?

Een recente uitspraak van de rechtbank laat zien dat financiële problemen geen vrijstelling opleveren van de aangifteplicht. Ook wanneer een bv nauwelijks actief is of geen middelen heeft, blijft zij verplicht om tijdig aangifte vennootschapsbelasting te doen.

Geen aangiften vpb ingediend

In de zaak ging het om een bv die over de jaren 2019 tot en met 2021 geen aangiften vennootschapsbelasting had ingediend. Volgens de bv kwam dit doordat voor het doen van aangifte eHerkenning nodig was en zij de kosten daarvan niet kon betalen.

De Belastingdienst legde daarop ambtshalve nihilaanslagen op voor de betreffende jaren. Voor 2021 werd daarnaast een verzuimboete opgelegd van € 2.757 wegens het niet tijdig doen van aangifte.

Digitalisering van belastingzaken zet door

De rechtbank maakte korte metten met het argument rondom eHerkenning. Volgens de rechter zijn de kosten van eHerkenning niet onevenredig in verhouding tot het doel dat de overheid hiermee nastreeft: veilige en betrouwbare digitale communicatie.

Daarmee past deze uitspraak binnen een bredere ontwikkeling waarbij de overheid steeds verder digitaliseert. Ondernemers krijgen steeds vaker te maken met verplichte digitale aangiften en online portalen. De gedachte daarachter is efficiëntie en veiligheid, maar voor kleinere ondernemingen of slapende bv’s kunnen deze verplichtingen tegelijkertijd als relatief zwaar worden ervaren.

Een slapende bv blijft fiscale verplichtingen houden

Wat veel ondernemers onderschatten, is dat een bv fiscale verplichtingen houdt zolang zij juridisch bestaat. Ook wanneer er nauwelijks activiteiten plaatsvinden en er geen omzet wordt gemaakt. Dat betekent onder meer dat jaarlijks aangifte vennootschapsbelasting moet worden gedaan, zelfs wanneer uiteindelijk geen belasting verschuldigd blijkt te zijn.

In deze zaak speelde bovendien mee dat de bv geen informatie had aangeleverd over eventuele verliezen. Daardoor zag de rechtbank geen aanleiding om de nihilaanslagen aan te passen.

Wel ruimte voor matiging van boetes

Hoewel de rechtbank de aanslagen in stand liet, werd de verzuimboete uiteindelijk wel fors verlaagd. De rechter hield rekening met de financiële omstandigheden van de bv en verminderde de boete eerst van € 2.757 naar € 500.

Omdat de procedure erg lang duurde, kreeg de bv ook gelijk op een belangrijk juridisch punt. Tussen de aankondiging van de boete en de uitspraak waren ruim 42 maanden verstreken. Volgens vaste rechtspraak moet een boetezaak binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. Wanneer procedures te lang duren, kan dat leiden tot vermindering van de boete wegens zogenoemde ‘undue delay’.

In deze zaak werd de redelijke termijn met ongeveer 18 maanden overschreden. Daarom verlaagde de rechtbank de boete nog eens met 15%, waardoor uiteindelijk € 425 overbleef.

Wat ondernemers hiervan kunnen leren

Deze uitspraak onderstreept dat fiscale verplichtingen niet verdwijnen wanneer een onderneming financieel moeilijk draait of nauwelijks actief is. Tegelijkertijd laat de zaak zien dat rechters bij boetes wel degelijk kijken naar draagkracht; proportionaliteit; procedurele zorgvuldigheid en overschrijding van termijnen.

Voor ondernemers met een slapende bv of beperkte activiteiten kan het daarom verstandig zijn om periodiek te beoordelen of de bv nog nodig is. In sommige gevallen kan het beëindigen van een inactieve bv toekomstige administratieve lasten en boetes voorkomen.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.