De discussie over schijnzelfstandigheid in de zorg loopt al jaren. Volgens de Belastingdienst is er vaak al snel sprake van een dienstverband. Maar een recente uitspraak van de rechter laat een ander beeld zien. Wat blijkt? Niet het contract, maar de praktijk is doorslaggevend.
In deze zaak werkte een zzp’er in de zorg (een logopedist) voor een zorgorganisatie. Op papier was er sprake van een overeenkomst van opdracht, maar de situatie leek sterk op loondienst:
- er was één opdrachtgever
- het werk vond plaats binnen de organisatie
- er werd gewerkt met systemen en materialen van de opdrachtgever
- de zzp’er had geen eigen cliënten
Dit zijn precies de factoren die vaak worden aangevoerd als bewijs voor schijnzelfstandigheid.
Toch geen dienstverband
De rechter keek verder dan alleen deze omstandigheden. De kernvraag was: is er sprake van gezag? Het antwoord was: nee.
De doorslag gaf dat de zorgprofessional:
- zelf bepaalde hoe het werk werd uitgevoerd
- geen inhoudelijke aansturing kreeg
- zelf verantwoordelijk was voor de invulling van het werk
Daarmee was er geen arbeidsovereenkomst, maar gewoon een opdrachtrelatie.
Waarom is deze uitspraak belangrijk?
De uitspraak gaat in tegen het beeld dat de Belastingdienst de afgelopen jaren vaak heeft geschetst. Daarin werd de zorgsector soms vrij algemeen als ‘risicovol’ gezien voor schijnzelfstandigheid.
Met deze uitspraak maakt de rechter duidelijk dat zo’n algemene benadering niet klopt. Iedere situatie moet afzonderlijk worden beoordeeld.
Waar kijkt de rechter wél naar?
De belangrijkste factor is of er sprake is van een gezagsverhouding.
Het gegeven dat iemand op locatie werkt, onderdeel is van een team of met systemen van de opdrachtgever werkt is op zichzelf niet doorslaggevend. In de zorg speelt bovendien mee dat professionals altijd moeten werken volgens wet- en regelgeving (zoals de Wkkgz). Dat lijkt op aansturing, maar is dat juridisch niet.
Wat betekent dit voor jou?
Werk je met zzp’ers, in de zorg of een andere sector? Dan geeft deze uitspraak een belangrijke nuance in de opvatting van schijnzelfstandigheid die tot nu toe werd gehanteerd. Het gaat niet om hoe het eruitziet op papier, maar om hoe je daadwerkelijk samenwerkt.
- Heeft de zzp’er inhoudelijke vrijheid?
- Is er geen directe aansturing op het werk?
- Draagt de zzp’er eigen verantwoordelijkheid?
Dan is er vaak nog steeds ruimte om met zelfstandigen te werken.
Maar let op: als de praktijk wél lijkt op loondienst, kan het oordeel ook precies de andere kant op vallen.
Wat betekent dit voor jou?
Werk je met zzp’ers of overweeg je dat? Dan is dit hét moment om je samenwerkingen kritisch te bekijken. Zorg dat niet alleen het contract klopt, maar vooral de praktijk. Want dáár kijkt de rechter uiteindelijk naar.
