Voldoende verwevenheid voor fiscale eenheid btw

Een holding verhuurt een pand met inventaris aan een bv die een cafetaria en ijssalon exploiteert. Beide vennootschappen zijn juridisch zelfstandig, maar hebben dezelfde aandeelhouder en bestuurder. Toch oordeelt het hof dat zij voor de omzetbelasting als één ondernemer moeten worden gezien. De Belastingdienst mocht daarom een fiscale eenheid voor de btw vaststellen.

Wanneer ontstaat een fiscale eenheid?

Voor de btw kan sprake zijn van een fiscale eenheid als ondernemingen:

  1. financieel verweven zijn,
  2. organisatorisch verweven zijn, én
  3. economisch verweven zijn.

Aan alle drie de voorwaarden moet zijn voldaan. In deze zaak was dat volgens het hof het geval.

Financiële verwevenheid: één eigenaar, volledige zeggenschap

De aandelen van zowel de holding als de bv zijn volledig in handen van dezelfde persoon. Daarmee heeft hij volledige zeggenschap over beide vennootschappen. Dit is een klassiek voorbeeld van financiële verwevenheid: de eigendomsverhoudingen maken dat de ondernemingen feitelijk onder één regie vallen.

Organisatorische verwevenheid: gezamenlijke leiding

Dezelfde aandeelhouder is via een andere vennootschap ook bestuurder van zowel de holding als de bv. Daardoor kan hij voor beide ondernemingen het beleid bepalen en strategische keuzes maken. Volgens het hof is hiermee sprake van een gezamenlijke leiding, wat voldoende is om organisatorische verwevenheid aan te nemen.

Dat de bestuurdersrol formeel via een andere vennootschap loopt, maakt daarbij geen verschil. Doorslaggevend is wie in de praktijk de touwtjes in handen heeft.

Economische verwevenheid: verhuur is niet ‘ondergeschikt’

De holding verhuurt het pand en de inventaris aan de bv. Die verhuur vormt een wezenlijk onderdeel van de activiteiten van de holding. Ruim 34% van de omzet van de holding is afkomstig van deze interne verhuurrelatie.

Het hof vindt deze economische banden niet verwaarloosbaar. De activiteiten van de holding en de bv grijpen duidelijk in elkaar en versterken elkaar. Daarmee is ook aan de eis van economische verwevenheid voldaan.

Hof: samen één ondernemer voor de btw

Het hof beoordeelt de drie vormen van verwevenheid in onderlinge samenhang. Hoewel de holding en de bv juridisch zelfstandig zijn, zijn zij feitelijk zo nauw met elkaar verbonden dat zij voor de omzetbelasting als één ondernemer moeten worden aangemerkt. Het bestaan van een fiscale eenheid is daarmee gerechtvaardigd.

Waarom dit belangrijk is

Een fiscale eenheid voor de btw heeft verstrekkende gevolgen:

  • onderlinge prestaties (zoals verhuur) zijn niet langer btw-belast;
  • er is één gezamenlijke btw-aangifte;
  • alle entiteiten binnen de fiscale eenheid zijn hoofdelijke aansprakelijk voor de btw-schulden.

In deze zaak pakt dat mogelijk gunstig uit, maar dat hoeft zeker niet altijd zo te zijn. Denk bijvoorbeeld aan situaties met belaste en vrijgestelde prestaties, of bij risico’s rond naheffingen.

Let op bij vastgoed en holdings

Deze uitspraak laat opnieuw zien dat het verhuren van vastgoed binnen een concern al snel kan leiden tot economische verwevenheid. Zeker als:

  • de verhuur een substantieel deel van de omzet vormt;
  • dezelfde persoon (in)direct de leiding heeft;
  • en er sprake is van volledige eigendomscontrole.

De Belastingdienst kijkt daarbij nadrukkelijk naar de feitelijke situatie, niet alleen naar hoe de structuur juridisch is opgezet.

Wat betekent dit voor jou?

Heb je een holdingstructuur waarbij vastgoed of inventaris wordt verhuurd aan een werkmaatschappij? Dan is het verstandig om te beoordelen of onbedoeld een fiscale eenheid voor de btw ontstaat. Dat kan fiscale voordelen hebben, maar ook risico’s met zich meebrengen.

Twijfel je of jouw structuur btw-technisch nog klopt? Dan is het slim om dit tijdig te laten beoordelen. Zo kom je niet achteraf voor verrassingen te staan.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.