Invoering ‘bedrag ineens’ opnieuw uitgesteld: wat betekent dit?

Het kabinet heeft de invoering van het keuzerecht bedrag ineens opnieuw uitgesteld. De beoogde ingangsdatum schuift van 1 juli 2026 door naar 1 januari 2029. Daarmee krijgt de pensioensector extra ruimte om eerst de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel af te ronden. De aangepaste wet over bedrag ineens is wel al door de Tweede Kamer aangenomen, maar ligt nog ter behandeling in de Eerste Kamer.

Het keuzerecht bedrag ineens moet werknemers die via hun werkgever pensioen opbouwen de mogelijkheid geven om op pensioendatum maximaal 10% van hun ouderdomspensioen in één keer op te nemen. In bepaalde situaties — bijvoorbeeld als pensionering samenvalt met de AOW-ingangsdatum of vlak daarna ligt — zou uitgestelde uitbetaling in januari van het daaropvolgende jaar mogelijk worden. Die keuzevrijheid bestaat op dit moment nog niet.

Overgang nieuw pensioenstelsel

Dat het kabinet opnieuw op de rem trapt, komt niet uit de lucht vallen. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel vraagt de komende periode veel van pensioenfondsen, verzekeraars, premiepensioeninstellingen, werkgevers en vakbonden. Zij moeten uiterlijk 1 januari 2028 hun pensioenregelingen hebben aangepast aan de nieuwe wetgeving. Juist in diezelfde periode zou ook bedrag ineens moeten worden ingevoerd, met alle communicatie, systemen en keuzebegeleiding die daarbij horen. In de Eerste Kamer is eerder expliciet aandacht gevraagd voor die samenloop van communicatieve en technologische inspanningen.

Inhoudelijke vragen

Daarmee raakt dit uitstel aan meer dan alleen planning. Rond bedrag ineens spelen ook inhoudelijke vragen. De keuze is namelijk complex en kan grote gevolgen hebben voor de hoogte van de maandelijkse pensioenuitkering, belastingen en inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. De AFM benadrukt daarom dat pensioenuitvoerders vanaf de invoering direct adequate keuzebegeleiding moeten bieden. Ook was er in de parlementaire behandeling specifieke aandacht voor deelnemers met schulden, toeslagen of beperkte taal- en digitale vaardigheden.

Uitvoerbaar en begrijpelijk

De achtergrond van dit dossier laat bovendien zien waarom de invoering al langer gevoelig ligt. De Eerste Kamer stemde in 2021 al in met de oorspronkelijke Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Daarna bleek dat de gekozen oplossing rond uitgestelde uitbetaling het voor uitvoerders lastiger maakte om de regeling goed uit te leggen en uit te voeren. Daarom ligt nu het wetsvoorstel Herziening bedrag ineens ter behandeling in de Eerste Kamer, bedoeld om de regeling beter uitvoerbaar en begrijpelijker te maken.

Niet vooruit lopen

Voor werkgevers en werknemers betekent het nieuwe uitstel vooral dat zij voorlopig nog geen rekening kunnen houden met deze extra pensioenkeuze. In de praktijk blijft de focus de komende jaren eerst liggen op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Werknemers die bijna met pensioen gaan, doen er verstandig aan om beslissingen niet vooruit te laten lopen op een regeling die pas op zijn vroegst per 1 januari 2029 kan ingaan en waarvan de definitieve wetgeving nog niet is afgerond. Dat is een conclusie op basis van de huidige planning en parlementaire status.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.