Rente op familiehypotheek? Let op aftrekbaarheid

Een man en zijn echtgenote kopen samen een woning. Omdat er extra geld nodig is voor de aankoop en verbouwing, sluiten ze later dat jaar een leningsovereenkomst met schoonvader. De afspraak: een rente van 7,3%. In de belastingaangifte claimt de man de betaalde rente en afsluitprovisie als aftrekpost. De Belastingdienst vindt echter dat de afgesproken rente onzakelijk hoog is en beperkt de aftrek tot 2,75%.

Waarom geen 7,3%?

Het hof stelde de Belastingdienst in het gelijk. De reden: de man kon niet aannemelijk maken dat een onafhankelijke derde – bijvoorbeeld een bank – onder dezelfde omstandigheden ook 7,3% rente zou rekenen.

  • Vergelijkbare bankhypotheken kenden destijds een rente van 2,15%.

  • Daar bovenop paste de Belastingdienst een opslag van 0,6% toe, omdat er geen hypothecaire zekerheid was gesteld.

  • Samen kwam dit uit op 2,75%, en dat werd de maximale aftrekbare rente.

Het beroep van de man werd afgewezen: de hoge renteafspraak met zijn schoonvader mocht fiscaal niet volledig worden afgetrokken.

Wat kun je hiervan leren?

Leningen binnen de familie komen vaak voor, maar de Belastingdienst kijkt streng of de afspraken zakelijk zijn. Denk daarbij aan:

  • Een rente die in lijn ligt met de markt.

  • Schriftelijke afspraken in een leningsovereenkomst.

  • Eventueel het stellen van zekerheid, zoals een hypotheekrecht.

Wat betekent dit voor jou?

Overweeg je een lening bij ouders of schoonouders voor de aankoop of verbouwing van je huis? Zorg ervoor dat de afspraken ook zakelijk verdedigbaar zijn. Zo voorkom je teleurstellingen bij de renteaftrek. Wij denken graag met je mee over de juiste voorwaarden en fiscale gevolgen.

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:1493 | 27-05-2025