Wet excessief lenen: rechter bevestigt dat de regeling standhoudt

Sinds de invoering van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap moeten directeur-grootaandeelhouders (dga’s) opletten hoeveel zij lenen van hun eigen bv. Wie boven de wettelijke drempel uitkomt, kan worden geconfronteerd met een box 2-heffing, ook als er geen dividend is uitgekeerd.

Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag bevestigt dat deze regeling juridisch standhoudt. De rechter oordeelde dat de heffing niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Wat houdt de Wet excessief lenen in?

De Wet excessief lenen is ingevoerd om langdurig uitstel van belastingheffing tegen te gaan. In het verleden financierden sommige dga’s hun privé-uitgaven door geld te lenen van hun eigen bv, zonder dividend uit te keren of loon op te nemen.

Om dit tegen te gaan geldt een wettelijke grens voor schulden aan de eigen vennootschap. Voor 2026 bedraagt deze drempel € 500.000. Het meerdere wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel en belast in box 2. Bepaalde eigenwoningschulden die aan de wettelijke voorwaarden voldoen, zijn uitgezonderd van deze regeling.

De recente uitspraak

In de voorliggende zaak had een dga een schuld van ruim € 1,27 miljoen aan zijn eigen bv. Over het deel boven de toen geldende drempel werd box 2-belasting geheven.

De dga stelde dat deze belastingheffing in strijd was met onder meer het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel uit het EVRM. Volgens de rechtbank is daarvan geen sprake. De wet heeft een legitiem doel – het tegengaan van belastinguitstel – en de wetgever heeft binnen zijn beoordelingsvrijheid mogen kiezen voor een eenvoudige regeling die geen onderscheid maakt tussen zakelijke en onzakelijke leningen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Wat betekent dit voor dga’s?

De uitspraak bevestigt dat de Wet excessief lenen voorlopig stevig overeind staat. Een beroep op strijd met het EVRM biedt op dit moment weinig perspectief.

Dat betekent dat dga’s er verstandig aan doen hun rekening-courantverhouding en overige leningen met de eigen bv regelmatig te beoordelen. Niet alleen de klassieke rekening-courantschuld telt mee, maar ook andere geldleningen kunnen onder de regeling vallen.

Wie verwacht boven de drempel uit te komen, doet er goed aan tijdig te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de schuld af te bouwen. Denk bijvoorbeeld aan aflossing, dividenduitkeringen of een herstructurering van de financiering. Welke oplossing het meest geschikt is, hangt af van de totale fiscale en financiële situatie.

Voorkomen is beter dan genezen

De Wet excessief lenen is inmiddels een vast onderdeel van de fiscale planning voor dga’s. Wachten tot het einde van het jaar is daarbij meestal niet verstandig. Door tijdig inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van de schulden aan de eigen bv, kunnen ongewenste fiscale gevolgen vaak nog worden voorkomen.

Twijfel je of jouw rekening-courant of andere leningen onder de regeling vallen? Laat je situatie dan tijdig beoordelen. Zo voorkom je verrassingen bij de aangifte inkomstenbelasting.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.