Het overlijden van een fiscaal partner kan vragen oproepen over eerdere belastingaangiften. Een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat eenmaal gemaakte keuzes in de aangifte niet meer zijn aan te passen zodra de aanslag onherroepelijk vaststaat – ook niet na overlijden.
De situatie
Een man overlijdt in 2021. Zijn echtgenote is enig erfgenaam. In de aangifte inkomstenbelasting 2021 kiezen zij voor fiscaal partnerschap voor het hele jaar. Daarnaast wordt de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (€ 43.773) volledig aan de man toegerekend.
De inspecteur legt in 2022 de aanslagen op conform de aangiften. Omdat hier niet binnen zes weken bezwaar tegen wordt gemaakt, worden de aanslagen onherroepelijk. Begin 2023 probeert de vrouw de aangifte te wijzigen:
zij wil de verdeling van het box 3-vermogen aanpassen;
zij wil afzien van het fiscaal partnerschap voor het hele jaar.
De inspecteur wijst het verzoek af.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt de inspecteur in het gelijk. Volgens de wet kan de verdeling van het box 3-vermogen en de keuze voor fiscaal partnerschap alleen worden aangepast totdat de aanslag definitief is. Na die zes weken is wijziging niet meer mogelijk, ook niet via ambtshalve vermindering. Dit geldt ook bij overlijden van een partner.
Wat betekent dit voor jou?
Kies bij het invullen van de aangifte altijd bewust voor een verdeling en partnerschapsregeling die past bij jouw situatie. Twijfel je? Laat je dan vooraf adviseren. Want zodra de aanslag definitief is, kun je gemaakte keuzes niet meer terugdraaien – zelfs niet in bijzondere omstandigheden.
