Een bestuurder van een transportbedrijf is door de rechtbank persoonlijk aansprakelijk gesteld voor bijna € 730.000 aan onbetaalde loonheffing en btw. Volgens de bestuurder was de betalingsonmacht op tijd gemeld, maar de rechtbank gaat daar niet in mee. Het aangevraagde corona-uitstel blijkt namelijk op onjuiste gronden te zijn gebaseerd. Daarnaast concludeert de rechtbank dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Terwijl de belastingschulden oplopen, ontvangt de bestuurder privé namelijk grote bedragen vanuit gelieerde vennootschappen zonder duidelijke onderbouwing.
Snelle groei, maar belastingen blijven onbetaald
Het transportbedrijf wordt in 2020 opgericht en groeit in korte tijd sterk. De omzet stijgt van ongeveer € 1,5 miljoen naar bijna € 9 miljoen in 2023. Tegelijkertijd worden aanzienlijke bedragen aan loonheffing en omzetbelasting niet afgedragen.
In januari 2022 vraagt de onderneming corona-uitstel van betaling aan. Daarbij wordt aangegeven dat sprake is van teruglopende opdrachten als gevolg van de coronacrisis. De Belastingdienst verleent aanvankelijk uitstel, maar trekt dit later weer in omdat onvoldoende aannelijk wordt gemaakt dat de betalingsproblemen daadwerkelijk door corona zijn ontstaan.
Verzoek om uitstel is geen geldige melding
De bestuurder voert aan dat het verzoek om corona-uitstel moet worden gezien als een melding van betalingsonmacht. De rechtbank verwerpt dat standpunt. Gezien de sterke omzetgroei vindt de rechtbank de opgegeven reden niet geloofwaardig. Daardoor geldt het verzoek niet als een rechtsgeldige melding.
Pas een later verzoek om een betalingsregeling uit mei 2023 wordt wél als melding van betalingsonmacht aangemerkt. Die melding is echter alleen tijdig voor de belastingschulden over februari en maart 2023.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur
Ook voor deze periode blijft de bestuurder persoonlijk aansprakelijk. Volgens de rechtbank is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder was op de hoogte van de oplopende belastingschulden en ontving hierover meerdere signalen en overzichten van de Belastingdienst. Toch werden aangiften te laat of helemaal niet ingediend en liepen de schulden verder op.
Daarnaast werd in totaal ongeveer € 3,8 miljoen overgemaakt naar gelieerde vennootschappen. Volgens de bestuurder gebeurde dit om de continuïteit van de groep te waarborgen, maar een deel van het geld kwam uiteindelijk indirect bij hemzelf terecht.
Grote privéontvangsten zonder duidelijke verklaring
Uit het dossier blijkt dat de bestuurder in drie jaar tijd ruim € 723.000 op zijn privérekening ontvangt vanuit groepsmaatschappijen. Daarvan kan ongeveer € 253.000 worden verklaard als nettoloon. Voor het overige bedrag van ruim € 470.000 ontbreekt volgens de rechtbank een duidelijke verklaring.
Ook uit de bankafschriften blijkt niet waarvoor deze betalingen zijn gedaan. De rechtbank acht aannemelijk dat een groot deel van het geld indirect afkomstig is van het transportbedrijf en beschouwt de betalingen als onzakelijk.
Opvallend: verwijzingen naar niet-bestaande jurisprudentie
Een opvallend onderdeel van de uitspraak is dat de rechtbank een deel van het beroepschrift buiten beschouwing laat vanwege foutieve en niet-bestaande verwijzingen naar jurisprudentie. De rechter gaat daarom voorbij aan de bijbehorende standpunten.
Het patroon van verzonnen arresten en geloofwaardig klinkende vindplaatsen roept vragen op over het gebruik van AI bij het opstellen van processtukken. De rechtbank benoemt dit niet expliciet, maar de boodschap is duidelijk: controleer altijd zorgvuldig of gebruikte bronnen daadwerkelijk bestaan.
Wat betekent dit voor jou?
Bestuurders van ondernemingen met betalingsproblemen doen er verstandig aan om tijdig en correct melding van betalingsonmacht te doen. Een onjuiste of onvoldoende onderbouwde melding kan grote gevolgen hebben. Daarnaast laat deze uitspraak zien dat privéonttrekkingen en geldstromen binnen een groep kritisch worden beoordeeld wanneer belastingschulden onbetaald blijven. Zorg daarom voor een goede administratie, duidelijke onderbouwing van betalingen en controleer altijd de betrouwbaarheid van juridische bronnen die worden gebruikt.
