Familiehypotheek is geen spaargeld
In een recente rechtszaak had een vrouw in 2021 ongeveer € 1,5 miljoen aan bezittingen, waaronder twee hypothecaire geldleningen aan haar kinderen. Over deze leningen ontving zij jaarlijks 2,5% rente.
De Belastingdienst rekende de leningen tot de overige bezittingen in box 3. Hiervoor gold in 2021 een forfaitair rendement van 5,69%, terwijl voor banktegoeden slechts 0,01% werd gehanteerd.
De vrouw vond dit onterecht. Volgens haar hadden de leningen dezelfde kenmerken als spaargeld. Door het gevestigde hypotheekrecht was het risico beperkt, de rente-inkomsten waren stabiel en er was geen sprake van een winststreven. Daarom vond zij dat de leningen fiscaal als banktegoeden moesten worden behandeld.
Het gerechtshof geeft de Belastingdienst gelijk
Het gerechtshof oordeelde dat een lening aan kinderen niet gelijkgesteld kan worden aan een banktegoed. Volgens de wet moet een banktegoed voldoen aan de definitie van een deposito. Een particuliere geldlening valt daar niet onder, ook niet wanneer deze wordt gedekt door een hypotheekrecht.
Dat de lening relatief weinig risico met zich meebrengt, maakt dit niet anders. Het hof wees erop dat particuliere leningen verschillen van banktegoeden, onder andere door de mogelijkheid om zelf afspraken te maken over rente en voorwaarden. De leningen moesten daarom worden aangemerkt als overige bezittingen in box 3.
En hoe zit het met het werkelijke rendement?
De vrouw voerde daarnaast aan dat de belastingheffing hoger was dan het rendement dat zij daadwerkelijk had behaald. Zij vond daarom dat zij recht had op aanvullend rechtsherstel.
Bij de beoordeling van het werkelijke rendement moet echter naar het totale vermogen in box 3 worden gekeken. Niet alleen de ontvangen rente telt mee, maar bijvoorbeeld ook de waardeontwikkeling van beleggingen.
Omdat de vrouw onvoldoende inzicht gaf in de waardeontwikkeling van haar beleggingsportefeuille, kon zij niet aantonen dat haar werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. Het gerechtshof wees daarom ook dit argument af.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je geld uitgeleend aan je kinderen, bijvoorbeeld voor de aankoop van een woning? Houd er dan rekening mee dat deze vordering in box 3 in beginsel wordt belast als overige bezitting en niet als spaargeld. Dit geldt ook wanneer de lening goed is gedekt door een hypotheekrecht.
Het forfaitaire rendement kan daardoor aanzienlijk hoger zijn dan de rente die je daadwerkelijk ontvangt. Wel kan de tegenbewijsregeling voor box 3 uitkomst bieden als het werkelijke rendement op je totale box 3-vermogen lager is dan het forfaitaire rendement.
Zorg daarom dat je goed inzicht hebt in je vermogen, de ontvangen rente en eventuele waardeveranderingen van je beleggingen. Daarmee kun je beoordelen of het zinvol is om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling. Laat je bij twijfel adviseren over de fiscale gevolgen van een familiehypotheek en de mogelijkheden om je box 3-heffing te beperken.
