Bijna gratis werken voor het bedrijf van de kinderen
In deze zaak ging het om een vrachtwagenchauffeur die in 2019 en 2020 werkzaamheden verrichtte voor de bv van zijn zoon en dochter. De man en zijn echtgenote waren enkele jaren eerder persoonlijk failliet verklaard. Omdat zijn inkomsten aan de curator zouden toevallen, wilde hij liever geen inkomen op zijn eigen naam ontvangen.
De kinderen hadden een bv opgericht met verschillende bedrijfsactiviteiten, waaronder een paardenpension, mesthandel en transportwerkzaamheden. De vader verzorgde het transport, stelde facturen op en sloot contracten met klanten.
Hoewel hij een belangrijke rol speelde binnen het bedrijf, ontving hij over twee jaar in totaal slechts € 5.176 aan loon. De bv factureerde de transportwerkzaamheden rechtstreeks aan klanten. Daarmee werd in 2019 een omzet van € 64.659 behaald en in 2020 zelfs € 201.001.
Geen salaris betekent niet automatisch geen belastbaar inkomen
De Belastingdienst vond dat de werkzaamheden van de vader belast moesten worden. Aanvankelijk stelde de inspecteur dat de transportomzet eigenlijk aan de vader moest worden toegerekend.
Het gerechtshof ging daar niet in mee. De werkzaamheden waren bewust zo georganiseerd dat de omzet bij de bv terechtkwam. Dat betekende echter niet dat de vader fiscaal buiten beeld bleef.
Volgens het hof vormden zijn werkzaamheden een zelfstandige bron van inkomen. Hij nam deel aan het economische verkeer en verrichtte werkzaamheden waarmee normaal gesproken een vergoeding wordt verdiend.
Omdat er geen sprake was van een reguliere dienstbetrekking, kwalificeerde het hof de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden.
Ook bij familie moet een zakelijke beloning worden gehanteerd
Normaal gesproken wordt belasting geheven over inkomsten die daadwerkelijk worden ontvangen of genoten. Toch kan hiervan worden afgeweken wanneer iemand vanuit persoonlijke motieven bewust afziet van een zakelijke vergoeding.
Bij werkzaamheden voor familieleden speelt dit bijvoorbeeld wanneer iemand structureel tegen een veel te lage vergoeding werkt, terwijl de economische voordelen bij het familiebedrijf terechtkomen.
Het hof vond dat hiervan sprake was. De vader verrichtte omvangrijke werkzaamheden en verklaarde zelf dat hij deze niet gratis voor een ander zou uitvoeren.
Volgens het hof was een zakelijke vergoeding van minimaal € 70.000 per jaar passend. De inkomenscorrecties van ruim € 64.000 per jaar die de Belastingdienst had toegepast, werden daarom gehandhaafd. De vader moest dus inkomstenbelasting betalen over een hoger bedrag dan hij daadwerkelijk had ontvangen.
Belastingcorrectie blijft, maar boete vervalt
Naast de belastingcorrecties had de Belastingdienst een boete van € 6.828 opgelegd. Het gerechtshof vernietigde deze boete. Volgens de rechters was sprake van een zogenoemd pleitbaar standpunt. De fiscale regels en rechtspraak over het afzien van een vergoeding uit persoonlijke motieven laten ruimte voor verschillende interpretaties.
De vader mocht daarom redelijkerwijs menen dat hij alleen belasting hoefde te betalen over de inkomsten die hij daadwerkelijk had ontvangen. Dat zijn standpunt uiteindelijk niet werd gevolgd, betekende dus niet automatisch dat een boete gerechtvaardigd was.
Wat betekent dit voor jou?
Werk je regelmatig mee in het bedrijf van je kinderen, ouders of andere familieleden? Of laat je familieleden werkzaamheden verrichten zonder daarvoor een zakelijke vergoeding te betalen? Dan is het belangrijk om stil te staan bij de fiscale gevolgen.
Incidenteel een handje helpen is iets anders dan structureel werkzaamheden verrichten die normaal gesproken tegen betaling worden uitgevoerd. Vooral wanneer het gaat om substantiële werkzaamheden of een belangrijke rol binnen de onderneming, kan een te lage vergoeding fiscale risico’s opleveren.
Zorg daarom voor duidelijke afspraken over de werkzaamheden en de bijbehorende beloning. Leg vast waarom voor een bepaalde vergoeding is gekozen en beoordeel of deze zakelijk te onderbouwen is. Een familieband betekent immers niet dat de fiscale regels buiten toepassing blijven. Laat je bij twijfel tijdig adviseren door een fiscalist, zodat je onverwachte belastingcorrecties achteraf kunt voorkomen.
