Wie vanuit een bv investeert, doet er verstandig aan om goed vast te leggen wie juridisch eigenaar is van de investering. Een recente uitspraak laat zien dat dit grote fiscale gevolgen kan hebben. Een bv kon een verlies van € 250.000 op cryptotokens niet aftrekken, omdat de investering volgens de rechter niet door de bv maar door de dga was gedaan.
Investering in cryptomining
Een dga werd in 2018 benaderd voor een investering in een cryptominingproject in de Verenigde Arabische Emiraten. De initiatiefnemers presenteerden aantrekkelijke rendementsverwachtingen en boden cryptotokens aan die recht zouden geven op een deel van de toekomstige opbrengsten uit miningactiviteiten.
De overeenkomst voor de aankoop van de tokens werd gesloten voor een bedrag van € 250.000. Hoewel de betaling werd verricht door de bv, stonden zowel de overeenkomst als het ontvangstbewijs van de tokens op naam van de dga. De bv verwerkte de investering vervolgens als financieel vast actief in haar jaarrekening.
Project mislukt volledig
Van het cryptominingproject kwam uiteindelijk niets terecht. Het geld bleek niet voor de aangekondigde activiteiten te zijn gebruikt en de onderneming werd nooit operationeel. In 2020 werd bevestigd dat de investering waardeloos was geworden. Een onderzoeksbureau concludeerde bovendien dat er voldoende aanwijzingen waren om aangifte van oplichting te overwegen. De bv besloot daarop het volledige bedrag van € 250.000 af te waarderen en als verlies in aftrek te brengen in de aangifte vennootschapsbelasting.
Belastingdienst weigert aftrek
De Belastingdienst accepteerde de afwaardering niet. Volgens de inspecteur was de investering namelijk niet door de bv gedaan, maar door de dga privé. Dat oordeel was gebaseerd op de beschikbare documentatie. Zowel de investeringsovereenkomst als de uitgifte van de tokens stonden op naam van de dga. Dat de bv het aankoopbedrag had betaald, was volgens de inspecteur onvoldoende om de investering aan de bv toe te rekenen.
De betaling door de bv werd daarom aangemerkt als een verkapte winstuitdeling aan de dga.
Hof geeft Belastingdienst gelijk
Het gerechtshof stelde vast dat nergens uit de overeenkomst bleek dat de dga namens de bv had gehandeld. Ook konden geen aanvullende documenten worden overgelegd waaruit dat alsnog bleek. Volgens het hof rustte de bewijslast op de bv. Omdat die onderbouwing ontbrak, mocht de Belastingdienst ervan uitgaan dat de investering privé was gedaan. Het verlies kon daarom niet ten laste van de winst van de bv worden gebracht.
Zorg voor een goede vastlegging
Deze uitspraak laat zien dat de feitelijke betaling niet altijd doorslaggevend is. Wanneer een bv een investering doet, moet ook uit de juridische documentatie blijken dat de bv de contractspartij is.
Denk daarbij aan:
- overeenkomsten op naam van de bv;
- ondertekening namens de bv;
- een duidelijke administratie van de investering;
- correspondentie waaruit blijkt dat de bv investeert.
Ontbreekt deze onderbouwing, dan kan de Belastingdienst een verliesaftrek weigeren, zelfs wanneer de investering daadwerkelijk met geld van de bv is betaald.
Wat betekent dit voor jou?
Investeer je vanuit jouw bv in cryptovaluta, vastgoed, startups of andere beleggingen? Controleer dan of alle overeenkomsten en bewijsstukken daadwerkelijk op naam van de bv staan. Achteraf herstellen is vaak lastig en kan leiden tot discussies met de Belastingdienst.
