De zogeheten villataks (het hoge tarief binnen het eigenwoningforfait) blijft voorlopig overeind. In november 2025 oordeelde een gerechtshof dat de regeling niet in strijd is met het recht. Belastingadviseur Mient Klooster (VHM Accountants en Belastingadviseurs), die namens cliënten al langere tijd bezwaar maakt tegen de villataks, geeft aan dat hij het daar niet bij laat zitten.
Hoe werkt de villataks ook alweer?
Voor de eigen woning geldt in box 1 een bijtelling: het eigenwoningforfait. In 2025 is dat in beginsel 0,35% van de WOZ-waarde. Bij woningen met een WOZ-waarde boven € 1.330.000 geldt daarboven een fors hoger percentage: 2,35% over het deel boven die grens. Dat verhoogde deel wordt in de praktijk de villataks genoemd. Door de stijgende huizenprijzen krijgen steeds meer huiseigenaren hiermee te maken. Zo meldde Calcasa in 2024 een sterke toename van het aantal (zogeheten) miljoenenwoningen in Nederland.
Kritiek: “verschil is wel erg groot”
Klooster vindt vooral het grote verschil in percentages moeilijk te verdedigen. Daarnaast wijst hij erop dat een eerder bestaand plafond bij de regeling is losgelaten, waardoor de bijtelling bij woningen van enkele miljoenen aanzienlijk kan oplopen.
Hof: de overheid mag differentiëren (box 1 vs box 3)
Het hof gaf aan dat de overheid mag onderscheiden tussen goedkopere en duurdere woningen. Ook het punt dat het eigenwoningforfait een forfaitaire heffing is (dus niet gebaseerd op “echte” ontvangen inkomsten) vindt het hof niet ongebruikelijk: een vergelijkbare systematiek zie je ook in box 3.
Klooster vindt die vergelijking met box 3 te kort door de bocht en betoogt dat je box 1 (eigen woning) niet zomaar gelijk kunt trekken met box 3. Hij geeft zijn strijd dan ook nog niet op.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je een eigen woning met een hoge WOZ-waarde (rond of boven de drempel)? Dan is het goed om te weten dat:
- de villataks vooralsnog in stand blijft volgens de recente hofuitspraak;
- de bijtelling in box 1 daardoor flink kan oplopen als je boven de grens uitkomt;
- bezwaar maken alleen zin heeft als je een concrete grond hebt (bijvoorbeeld een discussie over de WOZ-waarde, of als er in de toekomst een nieuwe doorbraak in de rechtspraak komt). Houd dus vooral je WOZ-beschikking en (eventuele) vervolgprocedures goed in de gaten.
