Een bv leende bijna drie ton aan haar zustervennootschap. Toen duidelijk werd dat terugbetaling er niet meer in zat, wilde de bv de lening afwaarderen (dus: het verlies nemen) ten laste van de winst. De Belastingdienst stak daar een stokje voor. De rechter ging daarin mee, omdat de lening als onzakelijk werd gezien.
Wat speelde er?
In 2017 en 2018 verstrekte een bv twee leningen aan haar zustervennootschap: € 270.000 en € 12.500. Beide vennootschappen hadden dezelfde dga. De zustervennootschap leende het geld vrijwel direct door aan een Duitse dochter (GmbH) die een kledingzaak exploiteerde.
Waarom ging het mis
De afspraken rondom de lening waren dun. Denk aan:
- De leningovereenkomst werd achteraf opgesteld, was niet gedateerd en bevatte vage bepalingen.
- Looptijd en aflossing moesten “later nog worden bepaald”.
- Er waren geen zekerheden afgesproken (geen pandrecht, geen onderpand).
- Ook bij de doorlening aan de Duitse dochter waren geen concrete terugbetaalafspraken vastgelegd.
Daar kwam bij dat de financiële positie van de zuster slecht was: het eigen vermogen was al negatief en verslechterde verder. De Duitse dochter stond er eind 2018 nóg slechter voor, met een negatief eigen vermogen van € 166.122.
Onzakelijke lening
In 2019 en 2020 waardeerde de bv de lening volledig af. De Belastingdienst weigerde de aftrek: volgens de inspecteur was dit een onzakelijke lening. De rechter was het daarmee eens. Kort gezegd: een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een bank of externe investeerder) zou onder deze voorwaarden niet hebben geleend, zeker niet aan een verlieslijdende vennootschap zonder zekerheden en zonder aflossingsplan.
Argumenten als “in Duitsland is de dga als Gesellschafter hoofdelijk aansprakelijk” hielpen niet. Die Duitse regels maakten de lening tussen de Nederlandse zuster-bv’s niet ineens zakelijker.
Rente wél aftrekbaar
De bv kreeg nog wel een (beperkte) winst: de inspecteur had per e-mail toegezegd dat de rentevordering wel in aftrek mocht komen. Later werd aangevoerd dat dit onderdeel was van een compromisvoorstel, maar de rechter vond dat de toezegging over de rente los stond van het compromis. Door het vertrouwensbeginsel mocht de rente alsnog van de winst af.
Belastingrente?
De bv vocht ook de belastingrente aan. In andere procedures oordeelde Rechtbank Noord-Nederland dat de hoge rente (na de COVID-periode) onredelijk uitpakt. Over die lijn loopt een procedure bij de Hoge Raad. De bv vroeg de rechtbank om de uitkomst daarvan af te wachten, maar dat verzoek werd afgewezen. De rechtbank zag geen reden om de wettelijke regeling buiten toepassing te laten: de wetgever heeft bewust gekozen voor deze percentages na COVID.
Wat kun je hiervan leren?
Leen je geld binnen je groep (bijvoorbeeld van de ene bv aan de andere)? Zorg dan dat je het net zo vastlegt als je bij een externe financier zou verwachten. Denk aan een duidelijke overeenkomst vooraf, een realistisch aflossingsschema, onderbouwing van de terugbetaalcapaciteit en – waar mogelijk – zekerheden. Zo voorkom je dat een verlies later niet aftrekbaar is omdat de Belastingdienst de lening “onzakelijk” vindt. Natuurlijk helpen we je hier graag bij.
