Geen voorziening voor toekomstige investeringen

Een varkenshouder vormde in zijn aangifte voorzieningen voor luchtwassers en asbestsanering. De Belastingdienst accepteerde dit eerst, maar corrigeerde het later alsnog via een navorderingsaanslag. Het hof gaf de inspecteur gelijk: voor toekomstige investeringen die nodig zijn om je bedrijf voort te zetten, mag je géén voorziening vormen ten laste van de winst.

Oude stallen, nieuwe regels

De ondernemer exploiteerde een varkensbedrijf met twaalf stallen, verspreid over vier locaties. In alle stallen zat nog asbest. In de aangifte vennootschapsbelasting werd een voorziening opgenomen voor:

  • het plaatsen van luchtwassers;
  • het saneren van asbestdaken.

De inspecteur volgde de aangifte aanvankelijk. Pas in 2020 – nadat de ondernemer een verzoek deed voor een geruisloze inbreng in een bv – vroeg de inspecteur om extra informatie. In 2021 volgde een navorderingsaanslag waarin beide voorzieningen werden geschrapt.

De drie voorwaarden voor een voorziening

Een voorziening mag je alleen vormen als aan alle drie de onderstaande voorwaarden is voldaan:

  1. Oorsprong vóór de balansdatum
    De toekomstige uitgave moet haar oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die al speelden vóór de balansdatum.
  2. Toerekening aan de juiste periode
    De kosten moeten betrekking hebben op de periode waarover je de winst berekent.
  3. Redelijke mate van zekerheid
    Het moet vrijwel zeker zijn dat je deze uitgaven in de toekomst daadwerkelijk gaat doen.

Waarom de voorzieningen zijn afgewezen

Volgens het hof werd niet voldaan aan deze eisen:

  • Luchtwassers: deze investering was nodig om het bedrijf vanaf 2020 voort te zetten. De kosten horen daarom niet bij 2017 en voldoen niet aan de toerekeningseis.
  • Asbestsanering: in 2017 bestond nog geen wettelijke verplichting om asbest te verwijderen. Er lag alleen een wetsvoorstel (verbod vanaf 2025). Ook waren er eind 2017 geen concrete plannen of offertes. De vereiste zekerheid ontbrak dus.

Geen ambtelijk verzuim en geen gewekt vertrouwen

De ondernemer stelde dat de inspecteur de voorzieningen al bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag had moeten controleren. Het hof zag dat anders: de inspecteur mag in principe uitgaan van de juistheid van de aangifte, zeker als er geen opvallende posten zijn.

Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen:

  • De ondernemer kon niet aannemelijk maken dat er tijdens een eerdere btw-controle toezeggingen zijn gedaan over het accepteren van de voorzieningen.
  • Dat de inspecteur de voorzieningen later wél accepteerde bij een andere Vpb-aanslag, maakt dit niet anders. Bij iedere balansdatum moet opnieuw worden beoordeeld of aan de drie voorwaarden wordt voldaan.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Het vormen van een voorziening is alleen mogelijk als de toekomstige uitgave:

  • zijn oorsprong heeft in het verleden,
  • bij het huidige boekjaar hoort, én
  • met grote zekerheid zal plaatsvinden.

Investeringen voor toekomstige bedrijfsvoering – zoals het vernieuwen van stallen, machines of installaties – mag je dus niet ‘vooruit’ als voorziening opvoeren. Dit voorkomt dat winsten naar voren worden geschoven of kunstmatig worden verlaagd.

Twijfel je of je voor een bepaalde uitgave een voorziening mag opnemen? Wij kijken graag met je mee en helpen je problemen met de Belastingdienst voorkomen.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.