De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren zo’n €40 miljoen aan naheffingen opgelegd vanwege internationale schijnconstructies. Dat zijn structuren waarbij bedrijven via buitenlandse vennootschappen proberen belasting te besparen. Misschien voelt dit als iets dat alleen speelt bij grote multinationals. Toch is dat niet helemaal terecht. Ook binnen het mkb komen dit soort constructies voor, soms bewust opgezet, maar vaak ook zonder dat ondernemers zich realiseren dat er risico’s aan zitten.
Wanneer is er sprake van een schijnconstructie?
Een constructie wordt door de Belastingdienst kritisch bekeken als deze op papier klopt, maar in de praktijk weinig echte inhoud heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om situaties waarin een buitenlandse vennootschap nauwelijks activiteiten uitvoert, maar wel een belangrijke rol speelt in geldstromen.
De fiscus kijkt steeds minder naar alleen de juridische vorm en juist meer naar de werkelijkheid erachter. Met andere woorden: gebeurt er echt iets in het buitenland, of is de structuur vooral opgezet om belasting te besparen?
Waarom wordt hier nu strenger op gecontroleerd?
De controle is de afgelopen jaren flink toegenomen. Dat komt doordat belastingdiensten wereldwijd steeds beter samenwerken en informatie met elkaar uitwisselen. Geldstromen die vroeger buiten beeld bleven, worden nu sneller zichtbaar. Daarnaast zijn de regels binnen Europa aangescherpt om belastingontwijking tegen te gaan. Voor de Belastingdienst is dit dan ook een belangrijk aandachtspunt geworden.
Wat zijn de gevolgen als het misgaat?
Als de Belastingdienst vindt dat een structuur vooral fiscaal gedreven is en weinig zakelijke onderbouwing heeft, kan dat vervelende gevolgen hebben. Denk aan naheffingen die teruggaan over meerdere jaren, vaak aangevuld met rente en in sommige gevallen een boete.
De bedragen kunnen behoorlijk oplopen. De €40 miljoen die recent is geïnd, laat zien dat het niet om kleine correcties gaat.
Dit speelt ook bij mkb-ondernemers
Je hoeft geen internationaal concern te zijn om hiermee te maken te krijgen. Ook bij mkb-ondernemers zien we situaties waarin bijvoorbeeld een buitenlandse BV is opgezet zonder duidelijke functie, of waarin investeringen via het buitenland lopen omdat dat ooit fiscaal aantrekkelijk leek. Vaak zijn deze structuren in het verleden met de beste bedoelingen opgezet, maar sluiten ze niet meer aan bij de huidige wetgeving en controlepraktijk.
Wanneer zit je wel goed?
Een internationale structuur is op zichzelf niet verkeerd. Sterker nog, in veel gevallen is het logisch en zakelijk goed te onderbouwen. Denk aan ondernemingen die daadwerkelijk activiteiten in het buitenland hebben, met personeel, klanten of een fysieke aanwezigheid. Het verschil zit dus niet in het bestaan van de structuur, maar in de reden erachter en de manier waarop deze in de praktijk wordt gebruikt.
Voorkom verrassingen achteraf
Juist omdat regels en toezicht veranderen, is het verstandig om je structuur af en toe opnieuw te laten beoordelen. Wat een paar jaar geleden nog acceptabel was, kan nu anders worden bekeken. Door hier op tijd naar te kijken, voorkom je dat je achteraf geconfronteerd wordt met correcties of discussies met de Belastingdienst.
