Box 3 opnieuw op de schop met nieuw kabinet

Met de komst van een nieuw kabinet staat ook box 3 opnieuw hoog op de politieke agenda. Waar de afgelopen jaren vooral in het teken stonden van herstelwetgeving en overgangsregimes, ligt de focus nu op een structurele herziening van de vermogensbelasting. Volgens de huidige plannen wil het kabinet vanaf 2029 overstappen op een vermogenswinstbelasting.

Van forfait naar werkelijk rendement

De huidige box 3-heffing is gebaseerd op een forfaitair rendement, waarbij wordt uitgegaan van veronderstelde opbrengsten op spaargeld, beleggingen en overige vermogensbestanddelen. Dat systeem ligt al jaren onder vuur en is door rechterlijke uitspraken deels onhoudbaar gebleken.

Als tussenstap werkt het kabinet aan een stelsel waarbij wordt belast op basis van het werkelijke rendement. Dit systeem – dat nu is voorzien per 1 januari 2028 – gaat uit van een jaarlijkse heffing over:

  • ontvangen rente en dividend;
  • huurinkomsten;
  • gerealiseerde én ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen en vastgoed.

Kosten die direct samenhangen met het behalen van rendement worden in beginsel aftrekbaar, en verliezen kunnen onder voorwaarden worden verrekend met toekomstige positieve resultaten. Het tarief blijft naar verwachting in de buurt van het huidige box 3-tarief.

Nieuwe koers: vermogenswinstbelasting vanaf 2029

In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet een stap verder wil gaan en vanaf 2029 wil overstappen op een vermogenswinstbelasting. Dat betekent een fundamenteel andere systematiek:

  • belastingheffing vindt pas plaats op het moment van realisatie (bijvoorbeeld bij verkoop van beleggingen of vastgoed);
  • ongerealiseerde waardestijgingen blijven buiten de heffing;
  • het liquiditeitsprobleem van belasting betalen zonder daadwerkelijke kasstroom wordt hiermee voorkomen.

Daarmee verschuift box 3 van een jaarlijkse aanwasbelasting naar een systeem dat meer aansluit bij de klassieke winstbelastinggedachte.

Overgangsjaren en onzekerheden

De periode 2026–2028 blijft complex. Voor eerdere jaren bestaat al de mogelijkheid tot tegenbewijs bij een lager werkelijk rendement, en de overgang naar een nieuw stelsel brengt onvermijdelijk uitvoeringsvragen en administratieve lasten met zich mee. Bovendien zijn de plannen voor 2029 nog niet uitgewerkt in wetgeving; politieke besluitvorming en uitvoerbaarheid door de Belastingdienst spelen hierbij een grote rol.

Dat betekent dat de uiteindelijke vorm, tarieven en overgangsregels nog kunnen wijzigen.

Wat betekent dit voor vermogenden?

De voorgestelde koerswijziging heeft met name impact op belastingplichtigen met:

  • beleggingen met sterke waardeschommelingen;
  • vastgoed in box 3;
  • vermogen waarbij realisatie bewust wordt uitgesteld.

De timing van aan- en verkoopmomenten, de keuze tussen privévermogen en ondernemingsstructuren en het bijhouden van historische aankoopwaarden worden steeds belangrijker. Tegelijkertijd neemt de administratieve complexiteit toe, zeker bij meerdere vermogenscategorieën.

Vooruitkijken blijft nodig

Hoewel 2029 nog ver weg lijkt, is duidelijk dat box 3 structureel verandert. Voor veel belastingplichtigen is het verstandig om nu al vooruit te kijken en scenario’s door te rekenen: onder het huidige forfait, het stelsel van werkelijk rendement en een toekomstige vermogenswinstbelasting.

Wij volgen deze ontwikkelingen vanzelfsprekend op de voet. Heb je vragen over Box 3, vermogensbelasting of de ontwikkelingen op de lange termijn, neem dan vooral contact op.

Onze artikelen zijn puur informatief. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

Heb je vragen over jouw situatie? Neem dan altijd contact op voor een advies op maat.